Per 5 tot 8 groepen, die samen een Unit vormen, is er een Unit-coördinator en een OOP-er, die o.a. ondersteuning bieden bij opzet en uitvoering van het individueel handelingsplan.
Contacten met ouders/verzorgers en hulpverleners buiten de vijf evaluatiedagen die tijdens een schooljaar worden gehouden verlopen vaak via UC-er of OOP-er.
Mentor met UC-er en OOP-er hebben geregeld overleg over de leerlingen. Daarnaast komen ook in leerlingbesprekingen met alle betrokken docenten de leerlingen aan de orde, om o.a. de benadering van de leerling op elkaar af te stemmen.
Doet zich een meer problematische situatie voor dan wordt een Intern Zorgoverleg belegd, met alle betrokken teamleden. Is er sprake van schooloverstijgende problematiek dan wordt
de leerling besproken in het Zorg Advies Team (ZAT), waar naast de mentor, UC-er en OOP-er iemand van Jeugdzorg, van Leerplicht en de Jeugd GGZ deel van uitmaken.
Aan het begin van het schooljaar wordt voor elke leerling een individueel handelingsplan opgesteld. Dit gebeurt aan de hand van competenties, die leerlingen nodig hebben om een middelbare schoolopleiding te volgen en om daarna in een vervolgopleiding of werksituatie te kunnen functioneren.
Waar sprake is van een stoornis binnen het autistisch spectrum is bij het behalen van de doelen specifieke ondersteuning nodig, omdat:
Inherent aan de problematiek is dat er sprake is van moeite om prikkels te selecteren, te ordenen en er de juiste betekenis aan te verlenen.
Er zijn beperkingen op het gebied van de sociale interacties, wat zich uit in inadequate contactname, zowel met volwassenen als leeftijdsgenoten.
Vanwege de beperkingen in het verbeeldingsvermogen is het ontwikkelen van een toekomstvisie en een reëel beeld van zichzelf en het inleven in een ander problematisch.
Bij de schoolse competenties is het plannen en organiseren van het werk, het onderscheiden van hoofd- en bijzaken en het zien van samenhang moeilijk. Het generaliseren van kennis naar andere situaties, het flexibel hanteren van een strategie en het overschakelen naar andere strategieën verloopt stroef.
Bij zowel bij de sociale als bij de schoolse competenties vormt het onvoldoende kunnen doorzien van oorzaak- en gevolgrelaties een hindernis, terwijl communicatie hierover vaak moeilijk is.
In de handelingsplannen worden de einddoelen geformuleerd. Als tijdens de verblijfsperiode op onze school blijkt dat de ontwikkeling op één of meerdere competentiegebieden stagneert zal bijvoorbeeld externe hulpverlening moeten worden ingeschakeld, of zal met leerling en ouders moeten worden bezien of blijvende ondersteuning, ook in bijvoorbeeld vervolgonderwijs, een mogelijkheid is.
Met ouders en leerling wordt door de mentor vijf keer per jaar de ontwikkeling van de leerling geëvalueerd en worden afspraken gemaakt voor de handelingsplanning voor de volgende periode.
LAATSTE NIEUWS

RELEVANTE ARTIKELEN