Aikido is een Japanse verdedigingsport die in zijn oorsprong is afgeleid van de krijgskunsten van de samurai. Rond de eeuwwisseling zijn die strijdwijzen omgevormd tot vele moderne sporten, zoals judo, karate, kendo en aikido. Het Aikido, zoals wij dat nu kennen, is ontwikkeld door Morihei Ueshiba en later verder ontwikkeld door Kenji Tomiki.
De geschiedenis van Tomiki Aikido
Aikido is in de eerste helft van de 20e eeuw ontwikkeld door Morihei Ueshiba (1883-1969). De bakermat van het Tomiki Aikido is de Waseda-aikidoclub. Waseda is één van de grote en belangrijke universiteiten van Tokyo, die een aantal prominente judoka's heeft opgeleverd, waaronder Tomiki zelf.
Kenmerk van Tomiki Aikido: de twee wegen
Kenji Tomiki was een nuchter en realistisch mens, zowel in het dagelijks leven als in zijn benadering van Aikido. Wel met idealen, maar niet om het middel zelf, maar om het doel: zelfperfectie. Dit doel is volgens hem via meerdere wegen te bereiken. Toch is het zo dat Tomiki het van belang vond om slechts een beperkt aantal wegen te volgen. Deze methodiek heeft hij over genomen van de grondlegger van het Judo: Kano. Via twee methoden (wegen) naar het doel.
het kata (de vorm) zoals ook Ueshiba dat verstond. Een beperkt aantal geselecteerde oefeningen gegroepeerd in een aantal kata's, vooral bedoeld om je techniek te perfectioneren. Een kata is een prima manier om te laten zien dat je een techniek begrijpt. Vooral voor beginners is het een goede manier om snel wat vertrouwd te raken met aiki-technieken.
het randori (vrije oefening) als aanvulling op dat systeem. Ook voor de vrije oefening was een beperking opgelegd. Een zeventiental basistechnieken zijn voor deze oefening geschikt gemaakt. Deze vrije oefening is bedoeld om de technieken te leren toepassen bij wisselende omstandigheden. Het gaat hier niet om een voorgeschreven aanval, maar je tegenstander valt met een variatie in aanvallen aan. Daarbij zal ook de timing en snelheid steeds varieren.
De 3 basisprincipes van Tomiki Aikido
Bij alle trainingsvormen, of dat nu een kata of een vrije oefening is, staan de basisprincipes van het Aikido centraal. Tomiki hanteert daarbij met 3 principes de judobenadering: natuurlijke houding, balansverstoring en het principe van meegeven (harmonie!)
Natuurlijke houding. Hierbij gaat het vooral om eigen balans. Hoe kun je een aanvaller werpen of onder controle houden als je zelf niet in stevig in je schoenen staat? Dit geldt natuurlijk niet alleen voor het aikido, maar ook voor het dagelijks leven. Als je zelf lekker in je vel zit (in balans bent) gaat de rest een stuk eenvoudiger.
Balansverstoring. De balansverstoring wordt gezien als de opening (het begin) van elke techniek. Door de tegenstander af te leiden of op het verkeerde been te zetten door zijn balans te verstoren, heb je net die fractie van een seconde voorsprong om goed je techniek in te kunnen zetten.
Harmonie. De kracht van de tegenstander wordt gebruikt, niet tegen gewerkt. Door mee te geven in de beweging van de aanvaller, wordt de verdedigende techniek des te sterker. In eerste instantie zal de aanvaller niet eens door hebben dat jij als verdediger het initiatief over neemt. Voor hij (zij) het weet heb je hem onder controle.
Tomiki Aikido in Nederland
Een eerste poging om Tomiki Aikido in Nederland te introduceren verzandde door gebrek aan belangstelling. De internationale judoscheidsrechter John Bontje startte in 1968 met het geven van Aikido lessen, maar na een paar jaar moest hij zijn inspanningen stopzetten.
Begin 1975 kreeg het Tomiki Aikido echter wel vaste grond onder de voeten.
Op twee plaatsen in Den Haag, bij sportschool Bontje en SV Kian Schi werd door Frits van Gulick de basis gelegd voor de ontwikkelingen van deze sport in Nederland. Hij werd daarbij in eerste instantie geassisteerd door Marcel Sa en later door Mel Cooper.
In 1989 is de jonge Aikidovereniging Ryo Do Kai opgericht, waar Frits van Gulick nog steeds les geeft. De club is in feite een fusie van de drie afdelingen bij de clubs in Den Haag en Leidschendam. Het samenwerkingsverband tussen die secties en het gezamelijk deelnemen aan internationale wedstrijden stamt al vanaf het begin van Tomiki Aikido in Nederland, 1975
Krijgskunst of vechtsport?
Het beoefenen van aikido is niet het beoefenen van een vechtsport maar een manier om met "situaties"om te gaan. Het principe gaat uit van het overnemen van de kracht van de tegenstander. Tijdens de lessen wordt het principe aan de leerlingen uitgelegd als:
"Je geeft wat er gevraagd wordt.......... En je ontvangt wat er gegeven wordt."
Het spelen met deze mogelijkheden doet de leerling inzien dat er geen kracht nodig is om iemand naar de grond te brengen. Veel jongeren gaan naar een vechtsport om sterker en zichzelf weerbaarder te maken. Het leren van de meeste vechtsporten is een proces van vele jaren van hard werken en ijzersterke discipline, iets wat bij de meeste jongeren, en zeker adolescenten, niet of nauwelijks terug te vinden is.
Er gaan soms geluiden op dat het de onveiligheid op school zou kunnen vergroten als jongeren, die toch al gedragsproblematisch zijn, middelen ten beschikking krijgen om zichzelf te verweren. Het tegendeel is waar. Zoals omschreven is aikido, in welke vorm ook, alleen dan bruikbaar als er een actieve tegenstander is, zonder actie geen contrareactie.
Het agressieve gedrag van leerlingen is in de meeste gevallen juist een voortvloeisel van gevoelens van onzekerheid en onveiligheid. Onderzoek toont aan dat in bijna alle gevallen de gedragsproblematische jongere zelf slachtoffer is geweest van pesters. Het jezelf profileren als dader maakt het makkelijker om de situatie naar eigen hand te zetten.
Daarnaast is het beoefenen van een sport als aikido een middel om te ervaren welke mogelijkheden en beperkingen een mens heeft. Jongeren staan verbaast van de kwetsbaarheid van de mens, beelden op de t.v. geven een idee van totale onkwetsbaarheid, mensen onbeperkt te kunnen afrossen, de praktijk is echter anders, een verkeerde klap kan onherstelbare gevolgen hebben.
Naast het vergroten van de zelfvertrouwen en eigenwaarde wordt er ook gewerkt aan zaken als discipline, samenwerking, maar ook concentratie en taakgerichtheid.
Daarnaast is het ook een manier om lichaam en geest te trainen. Het beoefenen van aikido is een manier om jezelf te overwinnen. Iemand die een aikidoka aanvalt, wordt niet in de eerste plaats gezien als tegenstander, maar als iemand met wie men in harmonie moet proberen te komen. Deze harmonie kan bereikt worden, door de aanval op een gepaste wijze onschadelijk te maken.
In meer Oosterse benadering kan worden gesteld dat de Aikido beoefenaar leert wat op welk moment de juiste handeling is (om de situatie te overzien en te controleren).
Ai-ki-do betekent letterlijk de weg (do) van het ontmoeten en in harmonie brengen (ai) van levenskracht (ki).
Techniek
Aikido wordt zowel ongewapend als gewapend beoefend. Ook wordt er met meerdere aanvallers geoefend, hoewel dit vaak niet regelmatig gebeurd. Er wordt gebruik gemaakt van een houten zwaard (boken), stok (jo) en mes (tanto).
De ongewapende technieken leren de beoefenaar de basisprincipes onderkennen en verbeteren:
shi-sei lichaamshouding
ma-ai tijd/ruimte begrip
kino nagare vloeiende beweging
Het gebruik van wapens is bedoeld als lesinstrument om de beoefenaar bepaalde basisprincipes te leren verfijnen. De beoefenaar leert duidelijk géén zwaard-, stok- of mesvechten.
Het merendeel van de ongewapende technieken maakt gebruik van klemmen en/of worpen ter verdediging tegen een gewapende of ongewapende aanval. Klemtechnieken richten zich doorgaans op het pols-, elleboog- of schoudergewricht van de tegenstander om dit zodoende onder controle te kunnen houden. Een belangrijk element bij zowel klem- als werptechnieken is de balansverstoring van de aanvaller, in veel gevallen door gebruik te maken van diens eigen aanvalskracht en -beweging. Slechts bij een minderheid van de aikidoworpen is er echt sprake van het optillen van de tegenstander, aangezien de meeste worpen relatief "laag" blijven.
Nekose methode
De Nekose methode is een cursusaanbod van minimaal 10 lessen van 2 uur. De randori not kata (wedstrijdvorm) is hierbij uitgangspunt. Een combinatie van verschillende bewegingen wordt aangeleerd, niet met als doel om alle bewegingen te automatiseren maar juist om bekend te worden met de krijgskunst en een handvat te hebben in bedreigende situaties.
De basis 17, balansverstoringen en traditionele Jiu Jiutsu bewegingen vormen hiertoe de basis. Leerlingen krijgen het volgende aanbod:
10 basisbewegingen, gebaseerd op stompen of steekbewegingen van de aanvaller;
5 bevrijdingen van de hand als de hand wordt vastgehouden;
5 bevrijdingen van de pols als je bij je pols wordt gepakt;
5 bevrijdingen van kleding, revers, van achteren, het maakt niet uit waar;
5 bewegingen tegen schoppen;
5 speciale technieken als verwurging van voren, van achteren en het beetpakken van het haar
En technieken a.d.h.v. casussen.
Verder is er altijd een combinatie met een theoretisch verhaal, uitleg over het waarom van de beweging, het nut ervan en variatiemogelijkheden op een beweging. Verder aandacht voor lichaamshouding, ademhaling, veiligheid, concentratie, conditie, e.d.
Aan het einde van een cursus wordt er altijd een examen afgenomen. Er zijn een aantal minimale eisen waar een leerling aan moet voldoen:
70% van de lessen gevolgd
inzet getoond
duidelijk zaken geleerd en het geleerde weten toe te passen in de praktijk
maar ook aandacht voor:
samenwerking
discipline en veiligheid
Het beheersen van:
4/5 basisbewegingen;
2/3 bevrijdingen van de hand;
2/3bevrijdingen van de pols;
2/3 bevrijdingen van kleding;
2/3 bewegingen tegen schoppen;
2/3 speciale technieken.
Bij een positieve beoordeling ontvangt de cursist een certificaat.